Profetieën over Israël: God is niet klaar met Zijn volk

Laten we er niet omheen draaien… God is niet klaar met Israël. Niet toen, niet nu, nooit.

Er is een theologie die zegt dat de kerk Israël heeft vervangen. Dat de beloften aan Abraham, Izak en Jakob stilletjes zijn overgeheveld naar ons, en dat het volk Israël alleen nog een voetnoot is in de geschiedenis. Wij geloven dat niet. Sterker nog… de Bijbel gelooft dat niet. Paulus zegt het zonder omwegen: de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk. God neemt niet terug wat Hij gegeven heeft.

En juist daar zit het goede nieuws voor jou. Als God Zijn woord aan Israël zou breken, kon Hij het ook aan jou breken. Maar dat doet Hij niet. Een God die trouw blijft aan een volk dat Hem keer op keer verliet, is een God op Wie je je hele leven kunt bouwen.

Kijk naar de geschiedenis. Een volk dat bijna tweeduizend jaar verstrooid was over de hele aarde. Een taal die als spreektaal bijna verdwenen was. Een land dat woest en verlaten lag. En toen… 14 mei 1948. Een land geboren op één dag, precies zoals Jesaja het zei. Joden die terugkeren uit noord, zuid, oost en west, precies zoals Jesaja, Jeremia en Ezechiël het zeiden. Woestijn die bloeit en steden die herbouwd worden, precies zoals Ezechiël het zei. Dit is geen toeval. Dit is geen politiek. Dit is God die Zijn Woord houdt, voor de ogen van de hele wereld.

En het is nog niet af. Het grootste wonder komt nog. Niet alleen een volk terug in zijn land, maar een volk terug bij zijn God. Een nieuw hart. Een nieuwe Geest. Ogen die opengaan voor Jezus, de Messias, Die zij doorstoken hebben. Daar bidden wij voor. Daar staan wij voor.

Hieronder vind je de belangrijkste profetieën over Israël op een rij. Lees ze. Spreek ze uit. Bid ze. En kijk met nieuwe ogen naar het nieuws… want God schrijft geschiedenis, en Hij schrijft met Zijn eigen Woord.

De Bijbelteksten op deze pagina komen uit de Statenvertaling.

1. God brengt Zijn volk terug

Niet één profeet, maar een heel koor van profeten zegt hetzelfde: God haalt Zijn volk terug uit alle hoeken van de aarde. Niet een beetje. Niet symbolisch. Letterlijk, uit de landen waar ze naartoe verdreven zijn.

“Want het zal te dien dage geschieden, dat de Heere ten tweeden male Zijn hand zal aanleggen, om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, dat overgebleven zal zijn van Assur, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee. En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen van de vier einden des aardrijks.”
Jesaja 11:11-12

“Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van het oosten aanbrengen, en Ik zal u vergaderen van het westen. Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochteren van het einde der aarde;”
Jesaja 43:5-6

“Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal ze vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen blinden en kreupelen zijn, zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkeren.”
Jeremia 31:8

“En Ik zal ulieden uit de heidenen halen, en zal ulieden vergaderen uit al de landen, en Ik zal ulieden in uw land brengen.”
Ezechiël 36:24

“En spreek tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en zal ze brengen in hun land.”
Ezechiël 37:21

2. Een land geboren op één dag

Duizenden jaren lang klonk deze vraag als onmogelijk. Tot 14 mei 1948. Op één dag, op één middag, werd een volk weer een staat.

“Wie heeft ooit desgelijks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk op eenmaal geboren worden? Maar Sion heeft weeën gehad, en heeft ook haar kinderen gebaard.”
Jesaja 66:8

3. Het land komt weer tot leven

Het land wachtte op zijn volk. Waar eeuwenlang stof en stenen lagen, groeien nu boomgaarden en staan steden. De bergen van Israël dragen weer vrucht, precies zoals God het gesproken heeft.

“En zij zullen de oude woeste plaatsen bouwen, de vorige verwoestingen zullen zij oprichten; en zij zullen de woeste steden vernieuwen, die verwoest geweest zijn van geslacht tot geslacht.”
Jesaja 61:4

“Maar gij, o bergen Israëls! gij zult ulieden takken geven, en zult ulieder vrucht dragen voor Mijn volk Israël; want zij zijn nabij om te komen.”
Ezechiël 36:8

“En Ik zal de mensen op ulieden vermenigvuldigen, het ganse huis Israëls, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de woeste plaatsen zullen bebouwd worden.”
Ezechiël 36:10

“En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een woestheid was voor de ogen van al wie voorbijging. En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; en de woeste, en verwoeste, en verstoorde steden zijn vast, en worden bewoond.”
Ezechiël 36:34-35

4. Dorre beenderen worden levend

Dit is misschien wel het sterkste beeld van allemaal. Een volk dat zelf zei: onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. En God zegt: Ik open jullie graven. Eerst komt het lichaam terug bij elkaar… en daarna de Geest. Precies in die volgorde zien we het gebeuren.

“De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; en die was vol beenderen. En Hij deed mij voorbijgaan nevens dezelve rondom henen; en ziet, zij waren zeer vele op de vlakte der vallei, en ziet, zij waren zeer dor. En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE! Gij weet het. Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord. Zo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden. En Ik zal zenuwen op u leggen, en zal vlees op u doen opkomen, en Ik zal een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Toen profeteerde ik, gelijk mij geboden was. En er werd een geruis, als ik profeteerde, en ziet, een beroering; en de beenderen naderden, elk been tot zijn been. En ik zag, en ziet, er kwamen zenuwen op dezelve, en er wies vlees op, en Hij trok een huid boven over dezelve; maar er was geen geest in hen. En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. En ik profeteerde, gelijk Hij mij geboden had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend, en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir. Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren; wij zijn afgesneden. Daarom profeteer, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven opendoen, en Ik zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en zal u brengen in het land Israëls. En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk! En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, het gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.”
Ezechiël 37:1-14

5. Een nieuw hart en een nieuwe Geest

Terug in het land is niet het eindpunt. God wil meer dan een adres, Hij wil een hart. Hij belooft reiniging, een nieuw hart, Zijn eigen Geest… en een dag waarop Israël Hem aanschouwt Die zij doorstoken hebben.

“Dan zal Ik rein water op ulieden sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik ulieden reinigen. En Ik zal ulieden een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van ulieden; en Ik zal het stenen hart uit ulieder vlees wegnemen, en zal ulieden een vlesen hart geven. En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van ulieden; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.”
Ezechiël 36:25-27

“Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouw bedrijven als met den rouw over een enigen zoon, en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.”
Zacharia 12:10

“Want alsdan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden, opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.”
Zefanja 3:9

6. Jeruzalem in het middelpunt

Een kleine stad op een paar heuvels… en toch staat de hele wereld er met haar ogen op gericht. Dat is geen toeval. God zegt dat Jeruzalem een lastige steen wordt voor alle volken. En wie samenspant om de naam van Israël uit te wissen, krijgt niet met Israël te maken, maar met de God van Israël.

“En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.”
Zacharia 12:3

“Een lied, een psalm van Asaf. O God! zwijg niet; houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God! Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op. Over Uw volk maken zij listiglijk een heimelijken aanslag, en zij beraadslagen tegen Uw verborgenen. Zij zeggen: Komt, en laat ons hen verdelgen, dat zij geen volk zijn, en dat aan den naam van Israël niet meer gedacht worde. Want zij beraadslagen met het hart te zamen eendrachtiglijk, zij maken een verbond tegen U: De tenten van Edom, en de Ismaëlieten, Moab, en de Hagarenen, Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Assur heeft zich ook met hen vervoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geworden. Sela. Doe hun als Midian; als Sisera, als Jabin, aan de beek Kison; Die verdelgd zijn te Endor, zij zijn geworden tot mest des lands. Maak hen, hun prinsen, als Oreb en als Zeeb, en als Zebah en als Zalmuna, al hun vorsten; Die zeggen: Laat ons de woningen Gods voor ons erfelijk bezitten. Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind. Gelijk een vuur een woud verbrandt, en gelijk een vlam de bergen aansteekt; Alzo vervolg hen met Uw onweder, en verschrik hen met Uw wervelwind. Vervul hun aangezichten met schande, opdat zij Uw Naam, o HEERE, zoeken. Laat hen beschaamd en verschrikt worden tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden en vergaan; Opdat zij weten, dat Gij alleen, Wiens Naam is HEERE, de Allerhoogste zijt over de ganse aarde.”
Psalm 83

Let op hoe deze psalm eindigt. Niet met wraak, maar met een doel: opdat zij Uw Naam, o HEERE, zoeken. Zelfs Gods oordeel is erop gericht dat mensen Hem leren kennen.

7. Heel Israël zal zalig worden

En dan Paulus. Geen omwegen, geen vergeestelijking. Er ligt een verharding over een deel van Israël, maar die is tijdelijk. Er komt een dag dat heel Israël behouden wordt. Want wat God belooft, trekt Hij nooit meer in.

“Want, broeders, ik wil niet, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn; En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen, en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. En dit is hun een verbond van Mij, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen. Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil; maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil. Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
Romeinen 11:25-29

Wat betekent dit voor jou?

Je hoeft geen expert in de eindtijd te zijn om hier iets mee te doen. Begin gewoon met wat de Bijbel zelf vraagt.

“Bidt om den vrede van Jeruzalem; wel moeten varen, die u beminnen.”
Psalm 122:6

Bid voor Israël. Bid voor de vrede van Jeruzalem. Bid dat de ogen opengaan voor de Messias. En laat je eigen geloof gevoed worden door deze ene waarheid: als God trouw is aan Israël, dan is Hij ook trouw aan jou. Wat Hij over jouw leven gesproken heeft, trekt Hij niet in.

Proclamatie

Vader, U bent de God van Abraham, Izak en Jakob. U bent trouw, ook als mensen ontrouw zijn. Wij proclameren dat U Uw volk terugbrengt, Uw land herstelt en Uw Geest uitstort over het huis van David. Wij bidden om de vrede van Jeruzalem. Open de ogen van Israël voor Jezus, de Messias. En laat ons, Uw kerk, Uw volk liefhebben zoals U het liefhebt. Wat U gesproken hebt, zal geschieden. In de naam van Jezus, amen.

God is niet klaar met Israël… en Hij is ook niet klaar met jou.