Eer het oneerbare, Eer de zondaar!

Een stam in Afrika heeft een bijzonder ritueel als iemand heeft gezondigd. De andere stamleden gaan om de zondaar heen staan. Niet om hem nog eens extra te beschuldigen of hem te straffen. Zij gaan om hem heen staan en beginnen hem te bemoedigen. Ze geven hem net zoveel liefde tot er weer een lach op zijn gezicht verschijnt. Geen oordeel, geen afwijzing, alleen maar liefde. Wauw, wat een prachtig voorbeeld!

In 1 Korinthe 12 wordt het lichaam van Christus uitvoerig besproken. Leef in eenheid, heb geen jaloezie naar elkaar, wees blij met het deel dat jij mag vertegenwoordigen van het lichaam. We zijn allemaal nodig om vooruit te gaan. Is er een deel ziek dan kunnen we niet verder. Een prachtig stuk waarin wij mogen zien hoe uniek we zijn en hoe kerkmuren wegvallen als we elkaar gaan zien door Gods ogen.  Eenheid door wie we zijn in Christus.

Vanaf vers 23 staat er echter iets dat zo krachtig is maar ook vaak wordt vergeten. Er staat: En aan de leden die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer.

Wanneer leeft een deel van het lichaam in oneer? Wanneer wordt een deel van het lichaam onteert? We hebben het hier niet over de “functie” van een lichaamsdeel, waarin je kunt denken dat een voet een mindere plaats heeft dan de ogen die alles kunnen zien.  Het woordenboek vertelt ons dat oneer het gemis van eer is. Kortom: het deel dat het lichaam tot schande en smaad leidt; de zondaar in ons midden.

God zegt ons in Zijn woord dat we juist deze personen grotere eer moeten geven. Laten wij daarom met elkaar om deze persoon heen gaan staan en liefde geven. Hem een veilige plek geven waarin afwijzing en oordeel geen plek heeft. Laat wij als één lichaam zonden dragen zonder een deel af te wijzen. Zodat God het lichaam weer in ere kan herstellen en wij samen verder kunnen gaan.

Wauw, die stam in Afrika heeft dit begrepen.